Artikel 12 voor AI voor kritieke infrastructuur: registratie en logs
Hoe artikel 12 (registratie) geldt voor AI voor kritieke infrastructuur: loggen door ontwerp, wie de logs bewaart, ernstige incidenten, data, boetes en wat de verordening openlaat.
Aanbieders van AI-systemen met een hoog risico voor kritieke infrastructuur moeten deze zo ontwerpen dat zij gebeurtenissen automatisch registreren (artikel 12).
Het gaat om AI-systemen die bedoeld zijn om te worden gebruikt als veiligheidscomponent volgens bijlage III, punt 2. De verplichting geldt vanaf 2 december 2027, tenzij de uitzondering van artikel 6, lid 3, geldt. Boetes kunnen maximaal 15 miljoen EUR of, voor een onderneming, 3 % van de wereldwijde jaaromzet bedragen, als dat hoger is (artikel 99, lid 4). Volgende stap: som op welke gebeurtenissen uw systeem moet registreren. Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken bewaren daarna de logs (artikel 19, artikel 26, lid 6).
Artikel 12 vereist logging in het ontwerp, geen bewaartermijn
Artikel 12 stelt een ontwerpverplichting voor de aanbieder vast. Het bewaren van de logs is een aparte verplichting, die in de rijen hieronder staat.
- art. 12(1)Automatische registratie van gebeurtenissen gedurende de levenscyclus
AI-systemen met een hoog risico zijn dusdanig technisch vormgegeven dat gebeurtenissen (logs) gedurende de levenscyclus van het systeem automatisch worden geregistreerd.
- art. 12(2)Traceerbaarheid die past bij het beoogde doel
De loggingfuncties moeten zorgen voor een niveau van traceerbaarheid van de werking van het systeem dat passend is voor het beoogde doel. Zij moeten het mogelijk maken om gebeurtenissen te registreren die relevant zijn voor drie doelen. Het eerste is het identificeren van situaties die ertoe kunnen leiden dat het systeem een risico vormt in de zin van artikel 79, lid 1, of dat er een substantiële wijziging optreedt. Het tweede is het faciliteren van de monitoring na het in de handel brengen (artikel 72). Het derde is het monitoren van de werking van het systeem (artikel 26, lid 5).
- art. 12(3)Minimale loginhoud: alleen biometrische identificatie op afstand
Artikel 12, lid 3, somt de minimale loginhoud op voor de AI-systemen met een hoog risico in punt 1, a), van bijlage III (biometrische identificatie op afstand). Het geldt niet voor systemen onder punt 2; de verordening noemt daarvoor geen minimale logvelden.
Welke AI voor kritieke infrastructuur aan artikel 12 moet voldoen en wie de logs bewaart
Artikel 12 geldt alleen voor AI-systemen met een hoog risico. De rijen hieronder laten zien waar AI voor kritieke infrastructuur een hoog risico krijgt en wie de logs bewaart.
Kritieke infrastructuur is een gebied in bijlage III, geen sectorbreed regime
De verordening kent voor aanbieders of gebruiksverantwoordelijken geen sectorbreed regime voor kritieke infrastructuur. Bijlage III, punt 2, is het gebied met een hoog risico met de titel ‘Kritieke infrastructuur’. Deze site gebruikt die woorden voor AI die via dat punt onder de verordening valt. Punt 2 betreft AI-systemen die bedoeld zijn om te worden gebruikt als veiligheidscomponent bij het beheer of de exploitatie van kritieke digitale infrastructuur, wegverkeer of bij de levering van water, gas, verwarming en elektriciteit. Artikel 3, punt 62, definieert ‘kritieke infrastructuur’ door te verwijzen naar artikel 2, punt 4, van Richtlijn (EU) 2022/2557. De verordening definieert ‘kritieke digitale infrastructuur’ niet apart. Punt 2 noemt geen spoorwegvervoer, luchtvaart of scheepvaart, havens of luchthavens. Een systeem voor een van deze terreinen heeft alleen een hoog risico als een ander punt van bijlage III of bijlage I het dekt.
Alleen veiligheidscomponenten vallen eronder
Een veiligheidscomponent is een component van een product of van een AI-systeem die een veiligheidsfunctie voor dat product of AI-systeem vervult of waarvan het falen of gebrekkig functioneren de gezondheid en veiligheid van personen of eigendom in gevaar brengt. Een component vervult een veiligheidsfunctie wanneer het beoogde doel ervan is om risico’s voor de gezondheid en veiligheid van personen of eigendom te voorkomen of te beperken (artikel 3, punt 14). AI-systemen die uitsluitend worden gebruikt voor niet-veiligheidsgerelateerde aspecten van bijstand aan gebruikers, optimalisering van de prestaties, efficiëntie van de dienstverlening, automatisering of gemak of kwaliteitscontrole, worden niet als veiligheidscomponenten aangemerkt (artikel 6, lid 1 bis). AI-systemen waarvan het falen of gebrekkig functioneren de gezondheid en veiligheid in gevaar zou brengen, worden beschouwd als veiligheidscomponenten (artikel 6, lid 1 ter). Artikel 6, lid 5, verplichtte de Commissie om uiterlijk 2 februari 2026 richtsnoeren te verstrekken met een uitputtende lijst van praktische voorbeelden van gebruiksgevallen met en zonder hoog risico. Overweging 55 van de tekst van 2024 beschrijft veiligheidscomponenten van kritieke infrastructuur als systemen die worden gebruikt om de fysieke integriteit van kritieke infrastructuur of de gezondheid en veiligheid van personen en eigendom rechtstreeks te beschermen, maar die niet noodzakelijk zijn voor de werking van het systeem. Er staat dat componenten die uitsluitend voor cyberbeveiligingsdoeleinden bedoeld zijn, niet als veiligheidscomponent moeten gelden. Een overweging is geen bindende regel. Of een bepaald voorspellings-, optimaliserings- of onderhoudsinstrument een veiligheidscomponent is, is een vraag voor een jurist.
Artikel 6, lid 3, kan een systeem uit bijlage III halen
Een systeem onder punt 2 is een AI-systeem met een hoog risico op grond van artikel 6, lid 2. Volgens artikel 6, lid 3, is het geen AI-systeem met een hoog risico als het geen significant risico op schade voor de gezondheid, veiligheid of grondrechten inhoudt. Daaronder valt dat het de uitkomst van de besluitvorming niet wezenlijk beïnvloedt. De verordening past deze uitzondering toe wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan (artikel 6, lid 3, punten a) tot en met d)). Het systeem is bedoeld om een beperkte procedurele taak uit te voeren. Of het is bedoeld om het resultaat van een eerder voltooide menselijke activiteit te verbeteren. Of het is bedoeld om besluitvormingspatronen of afwijkingen van eerdere besluitvormingspatronen op te sporen en is niet bedoeld om de eerder voltooide menselijke beoordeling zonder behoorlijke menselijke toetsing te vervangen of te beïnvloeden. Of het is bedoeld om een voorbereidende taak uit te voeren voor een beoordeling die relevant is voor de in bijlage III vermelde gebruiksgevallen. Hoe deze voorwaarden zich verhouden tot de toets van het significante risico, is een vraag voor een jurist. Het systeem is altijd een AI-systeem met een hoog risico als het profilering van natuurlijke personen uitvoert. Profilering is gedefinieerd in artikel 4, punt 4, AVG (artikel 3, punt 52). Een aanbieder die zich op de uitzondering beroept, documenteert zijn beoordeling voordat het systeem in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld. Hij moet het systeem ook registreren (artikel 6, lid 4, artikel 49, lid 2).
Producten uit bijlage I vormen een aparte route
Een AI-systeem kan ook een hoog risico hebben op grond van artikel 6, lid 1. Daarvoor moet het een veiligheidscomponent van een product zijn, of zelf een product, dat valt onder de harmonisatiewetgeving van de Unie in bijlage I, waarbij het product een conformiteitsbeoordeling door een derde moet ondergaan. Afdeling A van bijlage I noemt bijvoorbeeld drukapparatuur (punt 7) en toestellen die gasvormige brandstoffen verbranden (punt 10). De eisen voor deze systemen gelden vanaf 2 augustus 2028 (artikel 113, punt c), ii)). Afdeling B noemt bijvoorbeeld het spoorwegsysteem (punt 17, Richtlijn (EU) 2016/797). Voor AI-systemen met een hoog risico die verband houden met producten onder afdeling B zijn alleen artikel 6, lid 1, artikel 60 bis en de artikelen 102 tot en met 112 van toepassing. De artikelen 57, 58 en 59 zijn alleen van toepassing voor zover de eisen voor AI-systemen met een hoog risico in die wetgeving zijn opgenomen (artikel 2, lid 2). De artikelen 9 tot en met 15 horen niet bij de bepalingen die van toepassing zijn.
Aanbieder en gebruiksverantwoordelijke
De aanbieder ontwikkelt een AI-systeem, of laat het ontwikkelen. Hij brengt het onder eigen naam of merk in de handel of stelt het onder eigen naam of merk in gebruik (artikel 3, punt 3). Onder in gebruik stellen valt ook de levering voor eigen gebruik van de aanbieder (artikel 3, punt 11). Een netbeheerder, gemeente of wegbeheerder die een systeem ontwikkelt en onder eigen naam in gebruik stelt, is dus een aanbieder. Wie een systeem onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt, is een gebruiksverantwoordelijke (artikel 3, punt 4). Een gebruiksverantwoordelijke wordt in drie gevallen de aanbieder. Hij zet zijn naam of merk op een AI-systeem met een hoog risico dat al in de handel is gebracht, onverminderd contractuele regelingen waarin wordt bepaald dat de verplichtingen anders worden toegewezen. Hij brengt een substantiële wijziging aan in zo’n systeem, waardoor het een AI-systeem met een hoog risico blijft. Of hij wijzigt het beoogde doel van een niet als hoog risico geclassificeerd systeem, zodat het een AI-systeem met een hoog risico wordt (artikel 25, lid 1). De aanbieder die het systeem als eerste in de handel heeft gebracht of in gebruik heeft gesteld, wordt dan niet langer als aanbieder van dat specifieke systeem beschouwd en moet nauw samenwerken met de nieuwe aanbieder (artikel 25, lid 2). Dit geldt niet als de oorspronkelijke aanbieder duidelijk heeft aangegeven dat zijn systeem niet mag worden gewijzigd in een AI-systeem met een hoog risico.
Aanbieders bewaren de logs die onder hun controle vallen
Aanbieders bewaren de logs die automatisch worden gegenereerd door hun AI-systemen met een hoog risico, voor zover die logs onder hun controle vallen (artikel 19, lid 1). Onverminderd het toepasselijke Unie- of nationale recht moet de periode passend zijn voor het beoogde doel en ten minste zes maanden bedragen. Een andere periode kan gelden als het Unie- of nationale recht, met name inzake de bescherming van persoonsgegevens, anders bepaalt.
Gebruiksverantwoordelijken bewaren de logs die onder hun controle vallen
Gebruiksverantwoordelijken bewaren de logs die automatisch door het systeem worden gegenereerd, voor zover die logs onder hun controle vallen (artikel 26, lid 6). De periode moet passend zijn voor het beoogde doel en ten minste zes maanden bedragen. Een andere periode kan gelden als het toepasselijke Unie- of nationale recht, met name inzake de bescherming van persoonsgegevens, anders bepaalt.
Ernstige incidenten bij kritieke infrastructuur
Een ernstig incident omvat een incident of gebrekkig functioneren van een AI-systeem dat direct of indirect leidt tot een ernstige en onomkeerbare verstoring van het beheer of de exploitatie van kritieke infrastructuur (artikel 3, punt 49, b)). De aanbieder moet het onmiddellijk melden en uiterlijk twee dagen nadat de aanbieder of, in voorkomend geval, de gebruiksverantwoordelijke ervan op de hoogte is geraakt (artikel 73, lid 3). Een gebruiksverantwoordelijke die een ernstig incident heeft vastgesteld, informeert eerst de aanbieder en daarna de importeur of distributeur en de betrokken markttoezichtautoriteiten (artikel 26, lid 5). Voor AI-systemen uit bijlage III die in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld door aanbieders die onder wetgevingsinstrumenten van de Unie met gelijkwaardige meldingsverplichtingen vallen, is de melding beperkt tot de incidenten van artikel 3, punt 49), c) (artikel 73, lid 9). Welke instrumenten meetellen, is een vraag voor een jurist. Artikel 113 noemt voor deze bepaling geen aparte datum; zie de rij over data.
Datums
De eisen voor deze toepassingen uit bijlage III gelden vanaf 2 december 2027 (artikel 113, punt c), i)). Een systeem dat vóór die datum in de handel is gebracht of in gebruik is gesteld, valt er alleen onder als het ontwerp daarna aanzienlijk wordt gewijzigd. In elk geval moeten aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van hoogrisico-AI-systemen die bedoeld zijn om door overheidsinstanties te worden gebruikt, uiterlijk 2 augustus 2030 de nodige stappen ondernemen om te voldoen (artikel 111, lid 2). De artikelen 43 en 49 (hoofdstuk III, afdeling 5) en de artikelen 72 en 73 (hoofdstuk IX) vallen buiten artikel 113, punt c). Artikel 113 noemt voor hen geen aparte datum; volgens de algemene regel gelden zij dus vanaf 2 augustus 2026. Hoe dit zich verhoudt tot de datum hierboven, is een vraag voor een jurist.
Boetes
Aanbieders zorgen ervoor dat hun AI-systemen met een hoog risico voldoen aan de eisen van afdeling 2 van hoofdstuk III. Daartoe behoren de artikelen 9 tot en met 15 (artikel 16, punt a)). Een inbreuk op de verplichtingen van aanbieders in artikel 16 of van gebruiksverantwoordelijken in artikel 26 kan worden beboet. De boete bedraagt maximaal 15 miljoen EUR of, voor een onderneming, maximaal 3 % van haar totale wereldwijde jaarlijkse omzet in het voorafgaande boekjaar, als dat bedrag hoger is (artikel 99, lid 4, punten a) en e)). Voor mkb-bedrijven, met inbegrip van start-ups, geldt voor elke boete als maximum het lagere van de twee grenzen (artikel 99, lid 6). Hetzelfde geldt voor kleine midcapondernemingen (artikel 3, punt 14 ter, artikel 99, lid 6 bis). Elke lidstaat stelt regels vast betreffende de vraag in hoeverre administratieve geldboeten kunnen worden opgelegd aan in die lidstaat gevestigde overheidsinstanties of -organen (artikel 99, lid 8).
Bereik en grenzen van de verordening
De verordening is van toepassing op aanbieders en gebruiksverantwoordelijken die in een derde land zijn gevestigd of er zich bevinden, indien de output van het AI-systeem in de Unie wordt gebruikt (artikel 2, lid 1, punt c)). Zij is niet van toepassing op gebieden die buiten het toepassingsgebied van het Unierecht vallen, en doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van nationale veiligheid (artikel 2, lid 3). Zij is niet van toepassing op AI-systemen wanneer en voor zover zij uitsluitend voor militaire doeleinden, defensiedoeleinden of doeleinden op het gebied van nationale veiligheid in de handel worden gebracht, in gebruik worden gesteld of, al dan niet gewijzigd, worden gebruikt (artikel 2, lid 3). Zij is niet van toepassing op verplichtingen van gebruiksverantwoordelijken die natuurlijke personen zijn en AI-systemen gebruiken in het kader van een louter persoonlijke niet-professionele activiteit (artikel 2, lid 10). De verordening is niet van toepassing op AI-systemen of AI-modellen, met inbegrip van hun output, die specifiek zijn ontwikkeld en in gebruik gesteld met wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke ontwikkeling als enig doel (artikel 2, lid 6). Zij is niet van toepassing op onderzoeks-, test- of ontwikkelingsactiviteiten voordat een systeem in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld. Testen onder reële omstandigheden vallen niet onder die uitsluiting (artikel 2, lid 8). AI-systemen die worden vrijgegeven onder vrije en opensourcelicenties vallen buiten de verordening. Die uitsluiting geldt niet voor AI-systemen die als systeem met een hoog risico in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld, of die onder artikel 5 of 50 vallen (artikel 2, lid 12).
Wat de verordening openlaat voor kritieke infrastructuur
Geen logvelden, formaat of bewaartermijn voor infrastructuur
Buiten ‘ten minste zes maanden, tenzij anders bepaald’ noemt de verordening voor systemen onder punt 2 geen logvelden, formaat of bewaartermijn (artikel 19, lid 1, artikel 26, lid 6). Ander Unierecht of nationaal recht kan anders bepalen. De verordening zelf noemt geen geharmoniseerde norm. AI-systemen met een hoog risico die in overeenstemming zijn met geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de eisen van afdeling 2, voor zover die normen die eisen dekken (artikel 40, lid 1). De Commissie ontwikkelt richtsnoeren over de praktische toepassing van de vereisten en verplichtingen in de artikelen 8 tot en met 15 en de artikelen 25 en 26 (artikel 96, lid 1, punt a)).
Voorbeeld: wat het log van een veiligheidscomponent kan bevatten
Voorbeeld, geen eis van de verordening: de aanbieder van een veiligheidscomponent voor een waternet zou voor elk gebruik de tijd, de sensorinputs waarop het systeem zich baseerde en de output of actie die het in gang zette, kunnen vastleggen. Een onverwachte actie kan dan worden nagetrokken.
Voorbeeld: logs van de gebruiksverantwoordelijke bij de bedrijfsregistraties bewaren
Voorbeeld, geen eis van de verordening: een gebruiksverantwoordelijke zou de logs onder zijn controle samen met zijn andere bedrijfsregistraties kunnen bewaren. De termijn bedraagt nog steeds ten minste zes maanden, tenzij het toepasselijke Unierecht of nationale recht anders bepaalt (artikel 26, lid 6).
Vragen over artikel 12 bij kritieke infrastructuur
Wie moet aan artikel 12 voldoen voor de AI met veiligheidscomponent van een netbeheerder?
De aanbieder ontwerpt het systeem zo dat het automatische registratie toelaat (artikel 12 en artikel 16, punt a)). De netbeheerder bewaart als gebruiksverantwoordelijke de logs die onder zijn controle vallen (artikel 26, lid 6). Een netbeheerder die het systeem ontwikkelt en onder eigen naam in gebruik stelt, is de aanbieder (artikel 3, punten 3 en 11).
Hoe lang moeten logs van infrastructuur-AI worden bewaard?
Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken bewaren de logs die onder hun controle vallen gedurende een periode die passend is voor het beoogde doel. Die periode bedraagt ten minste zes maanden, tenzij het Unie- of nationale recht anders bepaalt (artikelen 19, lid 1, en 26, lid 6). De verordening noemt voor systemen onder punt 2 geen langere periode.
Vereist artikel 12 manipulatiebestendige logs of een registratie van elke handeling van een operator?
Nee. Artikel 12 vereist dat het systeem technisch de automatische registratie van gebeurtenissen (logs) gedurende zijn levensduur toelaat. De logfuncties moeten de registratie mogelijk maken van gebeurtenissen die relevant zijn voor de drie doelen van artikel 12, lid 2. De minimale loginhoud van artikel 12, lid 3, geldt alleen voor bijlage III, punt 1, a).
Gerelateerde pagina’s
Artikel 12 AI-verordening: registratie & logging
Artikel 12 voor alle sectoren: eisen, data en boetes.
AI-verordening kritieke infrastructuur: naleving
Het overzicht kritieke infrastructuur: hoe de verordening AI voor veiligheidscomponenten bereikt.
Artikel 13 voor AI voor kritieke infrastructuur: transparantie en gebruiksaanwijzing
AI voor kritieke infrastructuur en artikel 13: gebruiksaanwijzing en de verklaring over nauwkeurigheid.
Artikel 72: monitoring na het in de handel brengen
Monitoring na het in de handel brengen, die de registratie op grond van artikel 12, lid 2, punt b), moet faciliteren.
Scanara bereidt bewijs voor vanuit uw repositories
Scanara leest uw gekoppelde GitHub-repositories en voert regelgebaseerde scans uit op gangbare AI- en machine-learningpatronen. Niet-standaardcode kan het missen. Daarnaast genereert het conceptdocumentatie op basis van sjablonen en uw antwoorden in de beoordelingen, als bewijs voor uw compliancewerk. De indeling bepaalt u zelf.